Blogs

Op deze pagina zijn verschillende blogs te vinden van José.



Paardenbloem #5

Met z'n allen lopen we naar het stukje grasveld naast de kas. 'Paardenbloemen plukken?'  Vraagt een peuter. 'Dat kunnen we wel doen!'  Op een 'draf' rennen de 2 peuterdames naar de bloemetjes. Er groeien daar paardenbloemen en madeliefjes. Al snel zijn ze druk aan het plukken. Een peuter komt enthousiast naar me toe gerend: 'Paardenbloem!' Roept ze enthousiast en geeft de paardenbloem met een klein stukje steel aan mij. Ze rent weer weg om de volgende paardenbloem te plukken. De andere peuter komt ook aangerend met een paardenbloem en ook die krijg ik in mijn handen gedrukt. Ook zij rent weer weg om nieuwe exemplaren te plukken. Dit gaat even zo door.

Ik zie verderop in het gras een steeltje staan van de paardenbloem. Alle zaadjes van die bloem zijn al weggewaaid. Ik roep de 2 'dames' ; ' kijk eens! Weten jullie wat dit is?' Een peuter begint naar het steeltje te blazen. 'Wil je de zaadjes wegblazen?'  Vraag ik. 'Moet je blazen!' Zegt een peuter. 'Van dit steeltje zijn de zaadjes al weggeblazen.' Zeg ik. 'Zullen we een paardenbloem gaan zoeken waar de zaadjes nog aan zitten?'  Vraag ik. De 2 dames speuren het gras af. Een peuter vindt zo'n  paardenbloem naast de kas. Er staan er een aantal. Zo kunnen ze allebei de zaadjes weg blazen. De zaadjes vliegen weg met de wind mee. 'Uit elk zaadje komt weer een nieuwe paardenbloem.' Zeg ik. 'Net zoals in het boek van 'een zaadje in de wind' van de zonnebloem.'

Vlak bij de paardenbloemen staat ook de brandnetel. 'Weten jullie hoe deze plant heet?' Vraag ik. Het blijft stil. 'Deze plant heet de brandnetel'. Zeg ik. ' Als je aan deze plant komt dan prikt die beetje. Die doet een beetje pijn. Allebei staren ze naar de brandnetel. Vervolgens gaan ze weer verder met het plukken van de paardenbloem.  'Doe ie niet au?'  Vraagt een peuter. Toch even checken of het niet de brandnetel is denk ik. 'Nee, de paardenbloem doet geen pijn. Die kan je gewoon plukken.' Zeg ik. Gerustgesteld plukt ze de bloem.

'Weten jullie wie het groene blaadje van de paardenbloem lekker vindt?' Vraag ik. Dat weten de dames niet. 'De konijnen! Zullen we ze plukken voor de konijnen?'  Vraag ik. De één begint de blaadjes te plukken. 'Ik heb er twee!' Zegt de peuter. De andere peuter heeft er één in haar handen. Ze breekt 'm doormidden. 'Twee!' Zegt ze en ze laat trots haar in tweeen gebroken paardenbloemblaadje zien! 'Zullen we ze aan de konijntjes geven?' Vraag ik. Dat willen ze wel! We lopen naar de konijnen en ik doe het hok open. 'Mogen we in het konijnenhok?' Vraagt de peuter. Het is een konijnenhok met 2 verdiepingen dus de dames kunnen er in staan. 'Ja hoor, dat mag wel.' Zeg ik. Allebei stappen ze in het hok. Het hok is nu wel vol! De konijnen komen nieuwsgierig naar ze toe. De peuter houd het blaadje voor de neus van het konijn. Hij snuffelt wat en begint te eten. 'Hij vindt het lekker!'  Roept de peuter een aantal keren achter elkaar. De andere peuter wurmt zich zover dat ze ook haar blaadje aan het konijn kan geven.  Er verschijnt een grote lach op haar gezicht. Als de konijnen de blaadjes hebben opgegeten, blijven de dames nog even kijken naar de konijntjes. Ze aaien ze nog even. Daarna stappen ze uit het hok. Ze kijken of ik het hok wel goed dicht doe. Daarna rennen ze weg om weer verder te spelen.


Hoera we hebben er een geitje bij! #4

Er is een geitje geboren! Als we allemaal aan tafel zitten, vertel ik dat er een klein geitje is geboren! Heel klein is ie! ‘We gaan na het fruit eten kijken bij het babygeitje!’ zeg ik. Eerst lees ik het boek voor; ‘We hebben er een geitje bij!’ De oudste peuter van 2.5 jaar zit ademloos te luisteren en te kijken. De dreumes van bijna 2 vertelt wel wat voor een dieren er bij het kleine geitje gaan kijken. Ook vooral wat voor een geluid die dieren maken; boe!! Hiiii! Uit volle borst roept hij de geluiden! De andere dreumes van bijna 2 zit alles op z’n gemak te bekijken. Hij zit naast de andere dreumes en bekijkt hoe hij al die geluiden maakt en moet er wel een beetje om lachen. 

‘Gaan we nu bij het kleine geitje kijken?’ vraagt de oudste peuter. ‘Nee.’ zeg ik. ‘We gaan eerst nog fruit eten, drinken, plassen. Daarna gaan we kijken.’ 

Eindelijk is het moment aangebroken dat we naar buiten gaan! ‘Gaan we bij het kleine geitje kijken?’ Vraagt de oudste peuter weer. ‘Ja, we gaan kijken !!’ Zeg ik. Eerst ga ik in de schuur op zoek naar laarsjes. We trekken de laarzen aan. Eén dreumes vindt het nog wel wat wennen om op laarzen te lopen. Hoe langer hij loopt, des te beter het gaat! In optocht lopen we naar het geiten hok. De moeder geit verwelkomt ons al! Af zal ze denken dat we iets te eten bij ons hebben? Helaas… dit keer niet. 

Ik doe het hekje open om naar binnen te gaan. Moeder geit komt natuurlijk ook kijken met het kleine geitje erachter aan!  Ook al zijn het dwerggeiten, ze is toch best groot voor ze! Er is één dreumes die het wel heel spannend vindt! Ik geef ‘m een hand en neem hem mee. Nu gaat het beter. Ik pak het kleine geitje en vraag wie ‘m wil aaien.  Dat willen ze allemaal wel! Wat voelt hij zacht….. De oudste peuter wil hem een knuffel geven. ‘Dat mag wel hoor!’ Het geitje krijgt een dikke knuffel. De oudste peuter holt hierna weg naar een plek met zand. Hier liggen de kippen graag in. De peuter gaat zitten en laat het zand door z’n handen gaan.

Ik vraag aan de 2 dreumesen of ze weten waar de neus van het kleine geitje is. ‘Neus!!’ roept er één en wijst naar de neus van het geitje. ‘Waar zijn z’n ogen? ‘Oog!’ en wijst naar z’n ogen……’poten’….Hoeveel poten 1…2….3…..4.. Zo checken we het geitje op al z’n lichaamsdelen. Moedergeit houdt alles goed in de gaten. Ze staat er met haar neus bovenop.

Na het geitje nog eens geaaid te hebben laat ik het kleine geitje los. Hij blijft nog even staan maar rent dan toch weg. Hij maakt allemaal gekke sprongen. 

‘Zullen we kijken of de kip een ei heeft gelegd?’ Vraag ik. ‘Jaaaa!!!’ De grote peuter heeft zich ook weer bij ons gevoegd. Ik doe het deurtje open en……2 eitjes!! De eitjes liggen ver weg dus ik pak de eitjes en geef ze elk aan een kind. ‘Wel heel voorzichtig zijn met de eitjes want als ze vallen zijn ze stuk! Houd ze maar goed vast!’ Ze kijken naar het ei in hun handen. ‘Zullen we kijken of er in het stalletje ook nog eieren liggen?’ Zeg ik. Alle 3 lopen ze mee naar het stalletje. Ik doe de deur open. ‘Wie wil er zoeken naar een eitje? Alle3 lopen ze het stalletje in en gaan zoeken. ‘ Ja!’ Er ligt ook daar nog één ei. Alle 3 hebben ze de taak om een ei vast te houden. ‘Waar ligt het eitje in?’ Vraag ik. De oudste peuter weet het; ‘Hooi’! ‘Heel goed!’ zeg ik. ‘Wat doet het geitje met hooi?’ Vraag ik. Ik zie ze denken. Dat is best moeilijk. ‘De geitje eten het hooi. Dat vinden ze erg lekker.’ Zeg ik. In een andere hoek ligt stro. Ik laat ze het stro zien. ‘Waarom ligt hier stro?’ Dat is ook een moeilijke vraag merk ik. ‘In het stro gaan ze liggen. Eigenlijk is dat het bed van de geitjes.’ Ze denken er alle 3 even over na. De grote peuter ziet opeens kleine zwarte ‘dropjes’ liggen. ‘Rosevice (ik heet José), wat zijn dat?’ ‘Dat is de poep van de geit.’ Zeg ik. Hij ziet opeens overal ‘poepdropjes’ liggen. Daartussen ligt ook poep van de kip. ‘Kijk! Hier heeft de kip gepoept! Dat ziet er weer anders uit vind je niet?’

Als we alle poep goed hebben bekeken vraag ik: ‘Zullen we de eitjes binnen gaan brengen?’ ‘Gewapend’ met een ei liepen we in optocht weer terug. Alle eieren zijn heel overgekomen!! 


Aardbeienplantjes #3

Vandaag heb ik 1 baby, 2 dreumesen en 1 peuter. We doen onze jassen aan en gaan naar buiten. Ik pak de snoepjes voor de geiten en we lopen naar de geitjes. De geitjes zien ons al aankomen en verwelkomen ons met heel veel gemekker! Ze zijn blij ons te zien! We lopen naar het hek. De geitjes lopen met ons mee. Ik doe het emmertje open en geef een snoepje aan Kees. Kees kijkt naar het snoepje en vervolgens naar de geitjes. Hij moet erom lachen. ‘Je mag het snoepje wel aan het geitje geven hoor!” Zeg ik. Volgens mij vindt hij het een beetje spannend. Ik geef Célian ook een snoepje. Célian geeft ‘m aan een geitje. Hij wil er nog één geven. Simon wil ook graag een snoepje. Hij staat een stuk van het hek vandaan. ‘Als je het snoepje aan de geitjes wil geven moet je iets dichter bij het hek komen!’ Zeg ik. Ook Simon vindt het een beetje spannend. Hij gooit het snoepje naar de geitjes toe. Na een aantal snoepjes doe ik het emmertje dicht. ‘Ze hebben weer genoeg gehad voor vandaag.’ Zeg ik. De geitjes steken hun snuit tussen het gaas door. Ze willen meer! Kees moet wel lachen om de geitjes.

‘Kom, we gaan in de kas kijken!’ Zeg ik. We lopen naar de kas. In de kas liggen allemaal bloempotjes, plantjes en grond. Er staan ook nog wat aardbeienplantjes. ‘Zullen we die in een grote pot zetten? Die zetten we dan op het terras zodat we goed kunnen zien hoe de aardbeitjes groeien.’ Ik pak een grote pot, de potgrond en de 3 aardbeienplantjes. ‘Eerst moet er grond in de pot’. Ik pak een hand grond en stop dat in de grote pot. ‘Jullie mogen ook.’ Zeg ik. ‘Daar krijg je vieze handen van!’ Zegt Célian. ‘Dat geeft toch niet? We kunnen je handen weer schoon maken.’ Zeg ik. Hij moet er even over denken maar hij houdt zijn handen toch liever schoon! Als ik het aan Simon vraag, kijkt hij met een vies gezicht naar de grond en naar z’n handen. Kees schud heel hard NEE met z’n hoofd! Gelukkig heb ik ook een schep. Dat is wel een goed plan vinden ze. Om de beurt scheppen ze wat grond in de pot. Het is een grote schep dus ook nog een hele kunst! Ik doe het met mijn ‘blote handen.’ Kees wil niet met de schep. Hij vindt het prima om te kijken hoe de anderen het doen. Inmiddels zitten de 3 aardbeienplantjes in de pot. ‘Wat hebben de plantjes nog meer nodig?’ Vraag ik. Célian zegt na enig nadenken; ‘water!’ ‘Heel goed Célian!’ Zeg ik. ‘Zullen we de bak met aardbeienplantjes meenemen naar het terras? Kunnen we ze daar water geven.’ Dat vindt iedereen  wel een goed plan. In optocht gaan we terug naar het terras. De pot krijgt een mooi plekje. Ik pak de gieter en vul die met water. ‘Célian, wil jij de plantjes water geven?’ Dat wil hij wel. Geconcentreerd geeft hij ze water. Ik vul het gietertje weer voor Simon. Hij wil dat ook wel! Er belandt wel wat water op de plantjes maar ook een deel ernaast. Geeft niet! Daar kan je heel hard met je voeten in stampen! Het is ook best moeilijk om de gieter ‘te bedienen’. We blijven oefenen! Kees wil geen water geven. Hij neemt alles in zich op wat de anderen allemaal aan het doen zijn. Daar zie ik hem ook van genieten. ‘Wat heeft het plantje nog meer nodig om te groeien?’ Ik zie Célian denken. We hadden hiervoor een boekje gelezen over de zaadjes van een zonnebloem. ‘Ze hebben ook licht nodig toch?’ Zeg ik. Célian herinnert het zich weer; ‘één zaadje kwam te dicht bij de zon en verbrande.’ Wist hij te vertellen. ‘De plantjes hebben ook warmte nodig om te groeien; licht, warmte en water.’ 



Een warme zomerdag #2

Door José


Het belooft weer een warme dag te worden. Voordat de kinderen komen, heb ik het badje al klaar gezet. Als de eerste kinderen komen, zijn we al buiten. Nu is het nog lekker. Vanmiddag is het te warm om buiten te zijn. Ik hang de slang in het badje en zet de kraan aan. ‘Mogen we al in het badje?’ wordt er gevraagd. ‘Ja hoor! Moet je wel je zwembroek aan doen en natuurlijk eerst insmeren.’ De grote kinderen doen zelf hun zwembroek aan en komen bij mij om zich in te smeren. Zelf mogen ze natuurlijk ook smeren! De jongste van het stel kijkt het even aan. Als ik vraag of ze in het badje wil, zegt ze heel kordaat: ‘nee! Het hoeft ook niet hoor’. Zeg ik.

De eerste stappen in het badje terwijl de tuinslang water geeft. ‘koud!’ roept er één! ‘ Ja, het is water uit de kraan.’ Na even aan het water wennen is het toch wel lekker en hoor ik ze niet meer over dat het koud is.

Naast het badje ligt een teiltje met poppenkleertjes. ‘Mogen die in het water?’ Vraagt een peuter. ‘Ja hoor!’ zeg ik. ‘Als je nu de kleertjes in het bad wast, kan je ze daar ophangen’. Naast het badje heb ik een waslijn gespannen met wasknijpers eraan. ‘Dan zijn de kleertjes van de pop weer schoon’. Nu, dat willen ze wel! Er werd flink gesopt en gespoeld en daarna werden de schone keertjes aan de waslijn gehangen met knijpers. Dat vergt wel enige concentratie. Uiteindelijk hangt de was heerlijk te drogen! Dat klusje is gefikst!

‘Mogen we wat speelgoed in het badje?’ Vraagt kind. ‘Tuurlijk! Wat zullen we er in doen?’ Vraag ik. ‘ehhh….Mogen we de gieters?’ ‘Ja hoor, ik ga ze pakken voor jullie.’ Zeg ik. Ik duik de schuur in en kom terug met de gieters en nog wat ander waterspeelgoed.

Ondertussen hebben ze de waterslang ontdekt. Daar kan je mee…..SPUITEN!! Een jongen heeft de tuinslang beet en zwaait daarmee alle kanten op! Niet iedereen vindt het leuk. ‘Ik wordt nat!’ Roep een peuter. Aan zijn gezicht te zien, vindt hij het niet zo leuk.

Ik loop naar het kind toe die de tuinslang in handen heeft en zeg dat niet iedereen het leuk vindt om nat gespoten te worden. Misschien moeten we het eerst vragen of ze het wel leuk vinden. Ik zag ‘m denken maar uiteindelijk vroeg hij toch aan de kinderen of hij ze nat mocht spuiten. ‘nee’ kreeg hij als antwoord. ‘Misschien als iedereen gewend is aan het water dat ze het dan wel fijn vinden maar nu nog niet. Hij ‘roert’ dan maar met de slang in het water. Uiteindelijk was hij met de gieters aan het spelen. Even later was het water even niet meer interessant en stond hij op de trampoline de springen.

Ondertussen had de jongste van het stel het water ontdekt. Als er verder niemand met het water speelt, neemt ze de kansen waar. Ze roert wat in het water met haar handen. Ze pakt de gieter en wil water in de gieter doen. Het lukt haar niet zo goed…’helpe!’ Roept ze naar mij. ‘wil het niet helemaal lukken? Zal ik je helpen?’ ‘Ja’ roept ze vol overtuiging. Ik houd de gieter onder water zodat ie vol stroomt met water. Ik geef ‘m aan haar. Gewapend met de gieter loopt ze naar de plantjes en geeft ze water. Als de gieter leeg is, komt ze met de gieter naar me toe. Ze houdt de gieter voor zich en wil het aan mij geven; ‘water?’ Ik vul de gieter weer. Zo gaat het een aantal keren. De plantjes ook weer blij.


‘Wil je niet in jet badje zitten?’ Vraag ik aan haar. ‘Nee!’ Oké, je kan niet duidelijk genoeg zijn….Terwijl de andere kinderen rond razen op de loop fiets en springen op de trampoline, staat de jongste aan de rand van het bad geconcentreerd en in alle rust te spelen met het water.

Naar het park #1

Door José

 

Het is prachtig weer dus Ik ga met de kindjes buiten spelen. Ik heb vandaag 5 kinderen in de leeftijd van 11 maanden tot 3,5 jaar. De baby draag ik naar buiten. De rest weet zelf naar buiten te komen. De kinderen hollen naar de trampoline en de bal en zijn al snel aan het springen Ze mogen de bal niet aanraken, hebben ze zelf bedacht. De baby zet ik op de grond. Hij gaat meteen op ontdekkingstocht. Ik duik de schuur in om wat fietsjes buiten te zetten. Zo kan ik makkelijker bij de loopkar. Toen ik die uit de schuur had gesjord, mocht de baby er alvast in. ‘Wie heeft er zin om in het park te gaan wandelen?!’ vraag ik. Ze weten niet hoe snel ze van de trampoline moeten komen. Dat willen Ze wel! Ze kunnen via het deurtje zelf de kar in klimmen. Het liefst willen ze allemaal bij het deurtje zitten. ‘mag het fototoestel ook mee!’ vraagt er één. Hij zwaait met een speelgoedfototoestel boven zijn hoofd. ‘Tuurlijk!’ zeg ik. ‘Kan je mooi foto’s maken van alle dieren in het park!’ Gewapend met het fototoestel gaan we richting park. 

We lopen het park in en meteen zien we een haas op het fietspad. Daar wordt meteen even een foto van gemaakt! De haast zit naar ons te kijken en wij kijken naar de haas. Naar mate we dichter bij komen, rent de haast het hoge gras in. Weg is de haas! 

Langs de kant van het pad staan heel veel mooie bloemen. ‘weten jullie hoe die bloemen heten?’ vraag ik. ‘madeliefjes’ hoor ik iemand roepen. Ik zeg dat ik dat heel knap vind dat hij ze zo noemt. Ze lijken wel heel veel op madeliefjes alleen deze bloemen zijn wat groter. Dan noem je ze een margriet. Ze kijken naar die duizenden Margrieten die hier staan en zijn er even stil van. We lopen verder. We zien een tractor..en nog één! ‘Wat zijn die tractoren aan het doen?’ vraag ik. ‘aan het maaien!’ roept er één. Heel goed! Onder deze 5 kinderen zit één expert die precies weet wat het merk van de tractor is. Hij ratelt de namen van de tractoren op Eigenlijk ben je nooit te oud om te leren!☺

Een kleine dreumes ziet opeens de koeien staan: ’koe!! Boe!!’ Ze zit te wiebelen op haar stoel van enthousiasme! We tellen meteen de koeien maar even. 

We lopen verder in het park. ‘Zullen we bijen gaan zoeken?’ Ze klimmen uit de kar en kijken tussen de bloemen naar de bijen. We moeten wel goed zoeken maar uiteindelijk zien we toch een paar bijen. ‘Wat is de bij aan het doen nu?’ vraag ik. Ja hoor! Ze weten het nog: Ze halen nectar uit de bloem en gaan naar de bijenkas om daar honing van te maken. De afgelopen tijd hebben we een boek gelezen over bijen, we hebben zaadbommetjes gemaakt en zijn bij de imker geweest en een liedje gezongen over de bijen.

Ik heb een margriet geplukt. We hebben de nectar goed bekeken en gevoeld.  

Allemaal weer in de kar en we lopen verder. De jongste kijkt zijn ogen uit naar alles om zich heen. Naar de anderen kinderen zit hij regelmatig vriendelijk te glimlachen. Na een stukje verder gelopen te hebben, stop ik de kar:’ Zullen we proberen eens heeeeeel stil te zijn? Gaan we luisteren wat we horen….Iedereen is heel stil…De kleinste snapt daar natuurlijk niet zoveel van en geeft af en toe een geluidje. De anderen zie je heel goed luisteren…..’Ik hoor de tractor!’ roept er één. Helemaal gelijk maar wat horen we nog meer? Weer is het stil….’ Vogels’! roept een ander. Toevallig vliegt er net een vogel over. We kijken de vogel na. Eigenlijk zien we heel veel vogels in de lucht; grote en kleine vogels.

Na verschillende vogels gezien te hebben, wandelen we weer verder. We komen langs het gras. Wat ligt daar nu op het gras?? Allemaal hoopjes grond. We gaan de kar weer uit om dit van dichtbij te bekijken. Als ik vraag wat dit is, weten ze me al snel te vertellen dat hier de mol woont. We tellen de molshopen en we zien een gat in sommige molshopen. We kijken goed of we de mol zien maar die komt niet tevoorschijn. Misschien als we het liedje van de mol zingen. Ademloos staan ze te kijken of er een mol tevoorschijn komt maar helaas…. 

We klimmen de kar weer in en we gaan op weg naar huis. We komen nog een tractor tegen die de bomen aan het water geven is. 

Als we bijna thuis zijn, roept de boerin aan de overkant ons:’ Wij hebben jonge poesjes! Willen jullie ze zien?’ Nou, dat willen we wel! Bij de schuur stappen we uit. Daar zijn 5 jonge poesjes…ach wat lief!!! We mogen ze aaien. We voelen hoe zacht ze zijn. Voor sommigen is kijken is al genoeg. 

Na een tijdje klimmen we weer in de kar en gaan we echt naar huis. We hebben weer een hoop gezien en beleefd in het park!!